De Genderkoek, wetenschappelijk gefundeerd?

Comité Bescherm onze Kinderen – juli 2026


Een uitgebreide uitleg over de Genderkoek vindt u op de website van çavaria (Bron >>).

Aan de hand van de Genderkoek worden de basisprincipes van de gendertheorie uitgelegd. Deze principes komen inhoudelijk terug in het lesmateriaal en de boeken die çavaria aanbeveelt (Bron >>).


De Genderkoek is niet op wetenschappelijke leest geschoeid en brengt kinderen in verwarring. Hieronder lichten wij dit nader toe.


ONTSTAAN

Sam Killermann ontwikkelde rond 2011 de eerste versie van de Genderbread Person en bracht later verschillende bijgewerkte versies uit. Zijn doel was een eenvoudig educatief hulpmiddel te ontwikkelen waarmee mensen onderscheid leren maken tussen biologische sekse, genderidentiteit, genderexpressie, seksuele aantrekking en romantische aantrekking.


Het is belangrijk te vermelden dat Killermann geen arts, psychiater of bioloog is, maar activist.


De Vlaamse Genderkoek is een bewerking van de Genderbread Person. De organisatie çavaria heeft dit model vertaald en aangepast voor gebruik in Vlaanderen.


STUDIES

Er zijn geen grootschalige validatiestudies die aantonen dat dit model de werkelijkheid van gender bij mensen correct en volledig weergeeft.

Daarbij rijzen onder meer de volgende vragen:

  • Meet of beschrijft het model op een betrouwbare manier wat het beweert te beschrijven?
  • Zijn de gebruikte begrippen duidelijk en eenduidig afgebakend?


Er is evenmin een brede, onafhankelijke wetenschappelijke evaluatie die aantoont dat de Genderkoek als onderwijsmiddel een geschikte methode is om deze onderwerpen aan jongeren uit te leggen.

Ook hierbij stellen zich verschillende vragen:

  • Helpt het model leerlingen om de begrippen beter te begrijpen?
  • Is de uitleg aangepast aan hun leeftijd?
  • Vermindert het model misverstanden of veroorzaakt het juist verwarring?
  • Worden mogelijke controverses en wetenschappelijke onzekerheden voldoende toegelicht?

BEZWAREN UIT DIVERSE HOEKEN

      1.  De Genderkoek stelt dat er meer dan twee biologische geslachten bestaan, wat wetenschappelijk niet klopt.
           
Dat is wetenschappelijk onjuist. Het geslacht is bipolair. Elke cel in ons lichaam bevat ofwel XX chromosomen (soms een X tekort)                   ofwel XY chromosomen (soms een X teveel XXY). XX en XY zijn nooit samen aanwezig in één lichaam.


          Hoe gaat men hiervoor te werk?

    • De invulling van het begrip intersekse wordt gewijzigd. Echte interseksepersonen, bij wie zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken tegelijk aanwezig zijn, vormen een kleine groep (0,02%). De Genderkoek hanteert echter een ruimere definitie van intersekse. Daaronder vallen alle afwijkingen van de mannelijke of vrouwelijke geslachtsorganen, hormonale of chromosomale

      afwijkingen en  anomalieën die pas later in het leven worden ontdekt of weinig zichtbaar zijn.


    • Deze afwijkingen worden niet langer als pathologie beschouwd, maar als natuurlijke lichaamsvariaties die niet gecorrigeerd hoeven te worden. Herstellende chirurgie wordt afgeraden.

    • Volgens dit denkkader wordt ontkend dat het onderscheid tussen man en vrouw in de scheppingsorde verankerd ligt. Men stelt dat de verschillen tussen man en vrouw niet biologisch, maar maatschappelijk geconstrueerd zijn. Ook wordt beweerd dat 'artsen normen hanteren over hoe een lichaam eruit moet zien om het als jongen of meisje te registreren'. Men spreekt over lichaamsvariaties.

    • De term intersekse werd officieel ingevoerd in 2003. Voordien sprak men van disorders of sex development.

    • Deze groep (1,7%) wil men onder de geslachtsaanduiding X registreren op het paspoort. Zo  creëert men een derde geslacht en een vorm van fluïditeit binnen het begrip geslacht, waardoor verschillende overgangsvormen worden geïntroduceerd.

      => Hier zie je hoe men begrippen anders invult, uit de pathologie haalt om een nieuw concept over geslacht te creëren.

      2.  De begrippen genderidentiteit en genderspectrum hebben geen wetenschappelijke basis.


Genderidentiteit wordt omschreven als iemands innerlijke en individuele ervaring van gender: 'Voel ik mij een jongen of een meisje? Blijf ik een jongen of een meisje? Of voel ik mij noch jongen noch meisje, of ergens tussenin?'

Zelfidentificatie is het principe waarbij iemands identiteit wordt bepaald door diens eigen beleving en keuze. Dit gebeurt zonder dat daarvoor een verplichte medische diagnose, psychologische goedkeuring nodig is?


Het genderspectrum wordt omschreven als het geheel van genderidentiteiten dat niet beperkt is tot uitsluitend man en vrouw.


Genderqueer is een verzamelterm voor mensen van wie de genderidentiteit niet uitsluitend mannelijk of vrouwelijk is, maar die zich bijvoorbeeld ergens tussenin, allebei of geen van beide voelen. Ook termen als bigender, genderfluïde, agender, pangender, derde gender … worden gebruikt.


Op de afbeelding van de Genderkoek loopt bij genderidentiteit een lijn naar de hersenen. Dit wekt de indruk dat genderidentiteit als zodanig in de hersenen is vastgesteld, wat niet bewezen is.


Tijdslijn

    • 1950–1960: John Money, die een mislukt proefproject uitvoerde met een tweeling, en Robert Stoller introduceren voor het eerst het onderscheid tussen het biologisch geslacht en genderidentiteit.
    • 1990–2000: Onder invloed van de queer theory van Judith Butler doet het concept van het genderspectrum en fluïditeit zijn intrede.
    • 2015: De American Psychological Association (APA) publiceert richtlijnen met de huidige omschrijving van genderidentiteit.
    • 2019/2022: De World Health Organization (WHO) verplaatst de diagnose genderincongruentie uit de categorie psychische stoornissen naar het hoofdstuk seksuele gezondheid. De International Classification of Diseases, ICD-11 werd vanaf 2022 internationaal van kracht.
    • Tegenwoordig wordt genderidentiteit gedefinieerd als iemands diepgevoelde interne ervaring van het eigen gender, die kan overeenkomen met of verschillen van het bij de geboorte toegewezen geslacht.


=> De begrippen genderidentiteit, genderspectrum en genderincongruentie zijn relatief nieuw, deze laatste heeft men niet langer geclassificeerd als psychische stoornis. Dit vormt de basis voor een nieuw maakbaar mensbeeld

.


De meningen verschillen vooral over de volgende punten:

    • Genderidentiteit berust op zelfidentificatie. Dit is een wankele basis voor identificatie, zeker wanneer genderidentiteit tegelijkertijd als fluïde wordt voorgesteld.
    • Bij de psychologische behandeling van genderdysforie krijgt genderidentiteit voorrang op de biologische sekse. Dit vormt een wankele basis om ingrijpende medische transities te rechtvaardigen.
    • Door genderincongruentie niet langer onder de psychische stoornissen te classificeren, wordt er minder aandacht besteed aan mogelijke onderliggende oorzaken. Daardoor kan een diepgaande analyse van de problematiek achterwege blijven.
    • Er is geen bewijs dat genderidentiteit een stabiele, aangeboren eigenschap is.
    • De transgenderzorg voor minderjarigen moet men uitstellen tot na de puberteit, omdat bij 85% van de gevallen de dysforie verdwijnt tijdens de puberteit. Toch krijgen jongeren vanaf 10 jaar transgenderzorg in Vlaanderen, omdat de zelfidentificatie als uitgangspunt wordt genomen.


      3.  De stelling dat geslacht, genderidentiteit, genderexpressie en seksuele en romantische aantrekking afzonderlijke dimensies zijn,                leidt volg tot verwarring en is schadelijk.

Çavaria schrijft:

"De Genderkoek, wat is dat juist? Genderidentiteit, -expressie, seksuele en romantische oriëntatie... Het is meestal niet zo afgelijnd en vaak variabel. Het is niet binair. Niet of/of. Soms zelfs en/en. Een beetje dit, een beetje dat. Een hele koek kortom, en daarom de moeite waard om er je tanden eens in te zetten!"


Deze opdeling, waarbij iedereen vervolgens zijn of haar eigen 'koek' kan samenstellen, is verwarrend. Ook de fluïditeit die aan elke dimensie wordt toegekend, maakt het geheel nog complexer. Wanneer bovendien genderidentiteit voorrang krijgt op de biologische sekse, verliest de persoon helemaal zijn houvast.

Dus dat betekent concreet dat geslacht en genderidentiteit niet hoeven samen te vallen.
Ook geslacht en genderexpressie hoeven niet samen te vallen.


      4.  Zo ontstaat twijfel over de fysieke realiteit van het geslacht.

Suzy Eeckelaerts, lesgever biologie, schrijft: Kinderen krijgen in België reeds vanaf de kleuterklas les over de Genderkoek. Hierdoor ontstaat bij sommige jongeren twijfel over hun geslacht. Op basis van die twijfel beginnen jongeren aan een transitie.

DE CATASTROFALE GEVOLGEN

  • Ongeveer 2.430 personen staan op de wachtlijst voor transgenderzorg bij het UZ Gent. Daarvan zijn ongeveer 800 minderjarig.
  • Getuigenis: Een jonge vrouw getuigt hoe zij tijdens haar middelbare schooltijd in verwarring werd gebracht door het onderwijs rond de Genderkoek. Zij zegt hierover: "Dit is een leugen. Het stond gegrift in mijn geest. Het beschadigde mijn geest. Dit zou de waarheid zijn en wetenschappelijk?" (Bron, vanaf 2:06 min >>)

OOK SENSOA VERSPREIDT DE GENDERKOEK (Bron >>)


De leerlijnen van Sensoa over gender zijn inhoudelijk gebaseerd op de Genderkoek.

Leerlijnen:

  • Lesgeven over gender en genderrollen (Bron >>)
  • Lesgeven over transgender (Bron >>)


Welke thema's komen aan bod vanaf de kleuterklas tot en met het secundair onderwijs?

  • genderbewustzijn;
  • het onderscheid tussen geslacht, genderidentiteit en genderexpressie;
  • genderdiversiteit;
  • het onderscheid tussen biologische sekse en genderidentiteit;
  • zelfidentificatie van genderidentiteit;
  • sociale transitie;
  • hormonale en chirurgische transitie;
  • stereotypen vermijden;
  • mythes doorbreken;
  • de verschillen tussen jongens en meisjes nivelleren;
  • genderneutrale taal en materialen gebruiken;
  • enzovoort.


Hoe gaat men te werk?

  • Eerst leren leerlingen dat stereotypen maatschappelijk bepaald zijn en hun ontwikkeling kunnen belemmeren.


  • Vervolgens worden leerlingen genderbewust gemaakt en aangemoedigd om hun eigen gender te ontdekken binnen de genderdiversiteit. Wanneer dit afwijkt van de traditionele stereotypen, wordt dit al snel als genderincongruentie benoemd, in plaats van dergelijke verschillen te beschouwen als één van de vele variaties binnen het man- of vrouw-zijn. Genderincongruentie wordt vervolgens opgevat als een aanwijzing voor transgender zijn.


  • Daarnaast worden boeken aanbevolen waarin jonge personages genderdysforie ervaren en twijfelen aan hun geslacht.


BESLUIT

Het is onverantwoord om een didactisch model te gebruiken dat niet wetenschappelijk en pedagogisch is gevalideerd en waarvan verschillende uitgangspunten wetenschappelijk en filosofisch worden betwist.


De herdefiniëring van begrippen als geslacht, gender, genderidentiteit en het aanbrengen van nieuwe begrippen zoals genderspectrum en intersekse leiden tot een nieuw maakbaar  trans humaan mensbeeld, waarin identiteit niet wordt bepaald door de biologische sekse maar door de persoonlijke beleving.


Hierdoor worden kinderen in verwarring gebracht, gedestabiliseerd en in sommige gevallen blijvend beschadigd.

Deze ontwikkeling wordt mede gestuurd vanuit de Europese Unie (Hoe Brussel genderidentiteit in de klas verandert >>).


Veel ouders zijn bezorgd over het aanbrengen van de genderideologie, reeds vanaf de kleuterklas. Ouders hebben het recht om hun kinderen overeenkomstig hun eigen ethische overtuigingen op te voeden. De school moet niet ingrijpen vanaf de kleuterklas


Wij roepen leerkrachten op om hieraan niet mee te werken en dit onderwerp bespreekbaar te maken binnen hun school en met de directie.