Hoe kunnen ouders hun kinderen beschermen tegen genderideologie op school en hen weerbaar maken?

Comité Bescherm onze kinderen, Mei 2026

  • Ouders kunnen hun kinderen ondersteunen door van jongs af aan uit te leggen dat sekse een vast biologisch gegeven is. Een meisje groeit op tot vrouw, een jongen tot man – maar er zijn veel manieren zijn om die identiteit vorm te geven. Een meisje kan ook architect of topsporter worden, en een jongen kan zich ontwikkelen tot zorgverlener of modeontwerper.’
    Ontwikkelingspsycholoog Piaget waarschuwt: ‘Kinderen worden te vroeg, soms reeds in de kleutertijd, geconfronteerd met de begrippen sekse en gender via kinderboeken of school. Dit sluit niet goed aan bij hun cognitieve ontwikkeling en kan juist voor verwarring zorgen, doordat kinderen op grond daarvan kunnen denken dat sekse iets is wat kan veranderen.’ (Bron 2. Gendergids p. 228.)

Bevestig de biologische identiteit van jouw kind

  • Het is goed om kinderen te bevestigen in hun biologische identiteit als jongen of meisje. Dat is belangrijk als antwoord op de genderneutrale aanpak in sommige scholen, die jongeren niet meer expliciet bevestigen in hun sekse door onder andere genderneutrale taal en inclusief onderwijs.

  • Heb je een tomboy, een meisje dat graag jongensachtige dingen doet, bevestig dan toch de vrouwelijke kant van je dochter en zet die in de verf.
    Ook omgekeerd: bevestig je zoon in de kenmerken waarin hij uitgesproken mannelijk is. Zo blijft je kind zich bewust van zijn biologische sekse.

  • Wees een goed voorbeeld.
    Laat jongens jongens zijn en meisjes meisjes. Vaders kunnen hun zonen meenemen op avontuurlijke tochten met de nodige uitdagingen of samen sporten of klussen. Moeders kunnen samen vrouwelijke uitstapjes en activiteiten doen, zoals koken, bakken en naaien. Zo ben je een levend voorbeeld voor je kind.

  • Een aparte activiteit met jongens- of meisjesgroepen kan identiteitsbevestigend werken.
    'Deze typische voorkeur voor mannelijke en vrouwelijke zaken is veelal endogeen bepaald, niet enkel cultureel', zegt Laurens Buys, voormalig docent aan de Universiteit van Amsterdam over diversiteit en inclusie.
    (Bron 1. Laurens Buys)

De invloed van school

  • Wees waakzaam over wat er gegeven wordt op de school van je kind.

    Je kan bij de inschrijving of aan het begin van het schooljaar informatie opvragen over het standpunt van de school en je eigen standpunt tactvol kenbaar maken.


  • Jongere kinderen moeten we beschermen tegen de invloed van de genderideologie.

    Voor een gezonde ontwikkeling is het essentieel dat kinderen hun natuurlijk groeiproces kunnen doorlopen, zonder belemmering door genderstereotypen en zonder dat ze geconfronteerd worden met vragen over sekse en gender voordat ze daaraan toe zijn.’ (Bron 2. Gendergids p. 230)Houd je kind eventueel een dagje thuis als dit thema te veel aan bod komt. Of kies voor een andere school waar dit thema niet aan bod komt bij jonge kinderen.


  • Oudere kinderen moeten we weerbaar maken tegen de eventuele verwarring die in de klas wordt gezaaid.

    Met oudere kinderen kan je het onderwerp genderidentiteit en de bredere impact ervan bespreekbaar maken. Dit kan met het aanbieden van de juiste informatie. Wees niet bang om ook de risico’s en valkuilen van een transitie te benoemen.
    Door kinderen te stimuleren een eigen moreel oordeel te vormen en na te denken over hun eigen identiteit, helpen ouders hen om op een evenwichtige manier met dit thema om te gaan.
    Als hun gevraagd wordt op school hun eigen gender te exploreren: “Voel ik mij een jongen of voel ik mij een meisje?” kunnen ze de mogelijke verwarring doorzien.


    De ontwikkelingspsycholoog Erikson laat zien dat er verschillende ontwikkelingsstoornissen kunnen optreden gedurende het opgroeien van een kind. Bijvoorbeeld als gedurende de identiteitsontwikkeling een kind een sterk genderstereotype wordt opgedrongen, kan dat het verlangen oproepen om non-binair, queer of zelfs tot het andere geslacht te gaan behoren.’
    Deze kennis kan hulpverleners en ook ouders helpen beter te begrijpen wat er bij hun kind speelt en hen weerbaar maken tegen externe druk, bijvoorbeeld van school. (Bron 2. Gendergids p. 227). 


De invloed van de sociale media

  • Sociale netwerken kunnen een grote invloed hebben.
    'De sociale besmetting via sociale media is niet te ontkennen. Het aantal pubermeisjes in genderklinieken begon te stijgen na de doorbraak van sociale media. '

    Maak je puber bewust van mogelijke sociale besmetting en de invloed van transgender influencers op sociale media.

    Let op wat je kind op internet raadpleegt en vermijd schadelijke bronnen.

  • Probeer het schermgebruik tot een minimum te herleiden.

    Tieners zijn nog niet goed in staat de gevaren van internet in te schatten.

    Geestelijke gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door de smartphone: minder slaap, minder focus, minder echt persoonlijk contact, toename van eenzaamheid en een lager zelfbeeld.’ (Bron 2. Gendergids p. 214.)


Jouw puber

  • Blijf naast je puber staan en ondersteun hen.

    Bouw een sterke band op met je puber door samen activiteiten te ondernemen en open en eerlijke gesprekken te voeren. Dan worden ze minder meegesleurd door boodschappen van buitenaf. Toon dat je van hen houdt, in hen gelooft en hen steunt.


  • Zorg dat de puber zijn ontluikende vruchtbaarheid en seksualiteit positief ervaart. Hierdoor worden ze bevestigd in hun identiteit als jongen of meisje.
    Vier de komst van de eerste eisprong of zaadlozing met je puber, zodat hun vruchtbaarheidsbewustzijn groeit en hun trots daarop toeneemt.

    Wees trots op je zoon of dochter die uitgroeit tot man of vrouw en laat dit ook zien. (Bron 3. Het belang van het positief ervaren van eigen ontluikende seksualiteit)


  • Zorg dat pubers en adolescenten geen negatieve ervaringen opdoen met seksualiteit.

    Onderzoek bij kinderen met genderproblematiek toont aan dat een aanzienlijk deel van hen in de kindertijd negatieve ervaringen heeft meegemaakt, waaronder seksuele mishandeling. Seksueel misbruik komt ook terug in levensverhalen van mensen die met spijt terugkijken op hun transitie.’
    Kwetsuren door grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik kunnen hen doen vluchten naar het andere geslacht.
    Ook een seksuele relatie op te jonge leeftijd, waarbij pijn en frustratie de boventoon voerden, kan aversie ten opzichte van seksualiteit veroorzaken.
    Pornografie kan bij jonge meisjes het verlangen naar een andere genderidentiteit aanwakkeren: ‘Als het negatieve en gereduceerde beeld van vrouwen in pornografie het lot van een vrouw is, kiezen ze liever iets anders.’
    Geef je puber een goede seksuele vorming die hen weerbaar maakt ten opzichte van elke vorm van seksueel misbruik. Waarschuw ook voor het vertekende beeld van seksualiteit dat pornografie weergeeft. Ontraad het kijken naar porno. (Bron 1. Gendergids p. 216.)


  • Aanvaard de seksuele geaardheid van je kind, ook als het homoseksueel is, zodat het niet gaat vluchten naar het andere geslacht om aan de heteronorm te voldoen.
    Dikwijls vindt er nog een zekere fluïditeit of verschuiving plaats in seksuele gerichtheid tijdens het volwassen worden. Blijf zeker de biologische identiteit bevestigen.

Genderdysforie, en nu?

  • Ga niet te snel mee in transgenderzorg voor je minderjarig kind. Algemene psychologische zorg kan ondersteunend zijn.

    Geef aandacht aan de volledige problematiek van je kind met dysforie, praat met hem of haar over de concrete gevoelens en problemen, en vermijd simplistische herleidingen tot “genderidentiteit”. Verwijs hen zo nodig door voor professionele hulp die een exploratieve, holistische benadering aanbiedt.

    Kinderen die later homoseksuele gevoelens blijken te hebben, vertonen vaker gender-non-conform gedrag. Jongeren die al op tienerleeftijd een traject voor genderbevestigende zorg ingaan, doen dat in het algemeen zonder dat ze enige ervaring met verliefdheids- of lustgevoelens hebben, laat staan seksuele intimiteit. Een te vroege en onjuiste zelfdiagnose van genderdysforie kan hen onnodig richting transgenderzorg drijven.’ (2. Gendergids p 217).

  • Wees behoedzaam met het te snel overnemen van een zelfgekozen voornaam.

    De sociale transitie (zoals het veranderen van naam) is een eerste stap die meestal leidt tot de volgende fase: ongeveer 80 procent van de kinderen die een sociale transitie starten, schakelt later over op hormonale behandelingen. Voor de meesten is de sociale transitie dus geen proefperiode, maar het definitieve begin van een nieuwe identiteit. Daarom is het goed om een wachtperiode in te stellen.
    Tijdens deze wachtperiode is het belangrijk dat je kind vooral wordt begeleid naar zelfacceptatie. Onderzoek toont aan dat bij 85% van de jongeren de genderdysforie verdwijnt tijdens de puberteit.


    Verschillende ontwikkelingspsychologen laten zien dat een kind tijdens het opgroeien door verschillende ontwikkelingsfasen gaat. Het kan zijn dat een kind zich door bepaalde omstandigheden niet volledig ontplooit tot zijn of haar ware zelf. Ook volwassenen kunnen in een bepaalde fase blijven steken. Dan is het belangrijk om die persoon de ruimte te geven om door te groeien tot wie hij of zij echt is
    . (Bron 2. Gendergids p. 211 Identiteitsontwikkeling en genderdysforie).

Bronnen

  1. Café Weltschmerz. (2023, augustus). Gender gekte – Gesprek met Laurens Buijs (video) (Zie verder>>).
  2. Elise van Hoek, Henk Jochemsen, Bart Han Spruyt en Tineke van der Waal. (2026). Gendergids - Navigeren in het landschap van gender, identiteit en zorg.
  3. Comité Bescherm onze kinderen. (2024,nov). Het belang van het positief ervaren van eigen ontluikende seksualiteit voor de vorming van een gezonde genderidentiteit. (Lees verder>>).