Beginnen jongeren al enkele jaren steeds later aan seks, zoals Sensoa beweert?

31 oktober 2025, Comité Bescherm onze kinderen

We bespreken de volgende tekst uit De Morgen, waarin professor seksuologie Kristien Michielssen aan het woord komt: „Je voelt je het buitenbeentje”: waarom steeds meer jongeren later aan seks beginnen’ (Bron>>).  Graag zouden we van haar een antwoord ontvangen op onze bedenkingen.

Sensoa en ook Rutgers, de expertisecentra voor seksuele vorming in België en Nederland, willen ons overtuigen dat jongeren later met seks beginnen. Daarvoor gebruiken ze gretig de media. Ze willen bezorgde ouders geruststellen die vrezen dat de praktijkgerichte, expliciete seksuele vorming van Sensoa ervoor zorgt dat jongeren vroegtijdig gaan experimenteren. Ze willen het tegendeel bewijzen. Goede seksuele vorming zorgt inderdaad voor weerbaarheid. Je kunt beter keuzes maken omdat je goed geïnformeerd bent. Maar praktijkgerichte expliciete seksuele vorming met thema’s zoals de eerste keer, ‘ben ik er klaar voor?’ en de verschillende standjes, is heel wat anders.

Zulke voorlichting zet jongeren inderdaad aan om vroegtijdig seksueel actief te worden en zeker als men dan nog het condoom aanreikt in de klas.

(Bron>>) (Bron>>).

Onze vragen daarbij zijn:

  • In de eerste plaats: is het zo dat steeds meer jongeren later beginnen met seks?
  • Waarom zijn verschillende onderzoeken niet openbaar en dus niet te verifiëren? Zelfs met een samenvatting in een factsheet is weinig te verifiëren. En ook die samenvattingen ontbreken soms.
  • De partners van het onderzoek zijn o.a. Sensoa en de Wereldgezondheidsorganisatie. Het onderzoek moet los van deze organisaties gebeuren, anders is het niet onpartijdig.
  • Hoe komt het dat het aantal ongewenste zwangerschappen bij jongeren tussen 15 en 18 jaar zo hoog is, hoger dan hun aandeel in de bevolking (1.400 van de 19.686 per jaar)?

    (Bron>>)

  • Waarom is het grensoverschrijdend gedrag tussen 2018 en 2022 met een derde toegenomen (UGent>>) Dit begint gemiddeld vanaf 13 jaar en de daders zijn veelal leeftijdsgenoten.

Bron: Seksuele gezondheid en relaties – 2023 (Bron>>)
Stijging ongewenste seksuele aanraking.

  • Elk jaar stijgt het aantal soa's met 20%. Hoe komt het dat 34% van alle soa-patiënten jonger is dan 25 jaar (Bron>>)?
    Als jongeren steeds later beginnen met seks, zouden al die cijfers toch moeten dalen?
  • Sensoa schrijft in haar condoomonderzoek: ‘Tieners zijn een kwetsbare doelgroep wanneer het op condoomgebruik aankomt.’ En Sensoa vraagt daaropvolgend de overheid deze gratis aan te bieden in de scholen. Is dat niet tegenstrijdig: eerst beweren dat jongeren steeds meer hun eerste keer uitstellen en dan condooms aanbieden aan tieners?
  • Waarom heeft Sensoa gelobbyd om seks vanaf 14 jaar te legaliseren, waarbij de partner maximaal drie jaar mag verschillen, als zij ernaar streven dat de jongeren steeds later aan seks beginnen?

  • Waarom wil Sensoa ook sexting decriminaliseren onder 16 jaar? Enerzijds moeten we rekening houden met het feit dat jongeren vroeger aan seks beginnen en mogen we hun seksuele ontwikkeling niet verhinderen. Anderzijds moeten we erkennen dat jongeren steeds later met seks beginnen.
  • Waarom bekleedt professor Kristien Michielssen – die veel aan het woord komt – functies aan de Universiteit Leuven, in de raad van bestuur van Sensoa én als consultant bij de internationale organisatie voor Seksuele en Reproductieve Gezondheid (SRG)? Is zij niet enkel een spreekbuis van een internationale visie op seksuele vorming die men van bovenaf wil opleggen?

Laten we ook eens naar de onderzoeken zelf gaan.

De Morgen verwijst naar cijfers van Sensoa (Bron>>), die op haar beurt verwijst naar de vierjaarlijkse studie ‘Jongeren en gezondheid - Seksuele gezondheid en relaties’, uitgevoerd door Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) en de Universiteit Gent (Bron>>).

  • De grafiek in de krant De Morgen toont de daling van de prevalentie van de eerste keer seks bij 17- en 18-jarigen tussen 2018 en 2022. Ze vermelden niet dat er een stijging is bij de 15- en 16-jarigen, zodat in totaal bij jongeren tussen 13 en 18 jaar de prevalentie gelijk is gebleven tussen 2018 en 2022! Er is geen sprake van een daling!

    In de factsheet 2021-2022 staat: Het percentage jongeren dat al geslachtsgemeenschap had, bedroeg 22,2% tussen 13 en 18 jaar. De prevalentie was vergelijkbaar voor de jongens en de meisjes afzonderlijk en bedroeg  respectievelijk 22,8% en 21,7%. Ten opzichte van de vorige bevraging in 2018 bleef dit percentage stabiel, zowel voor alle jongeren als voor de jongens en de meisjes afzonderlijk. Toen bedroeg de prevalentie respectievelijk 22,1%, 24,0% en 20,2%.
    Dus er is geen stijging tussen 2018 en 2022! Voor de leeftijd tussen 13 en 18 jaar. Waarom kiezen ze juist voor de grafiek van 17- en 18 jarigen? Omdat er daar een daling te merken is in de curve.


  • De grafiek van De Morgen toont een dalende trend in de prevalentie tussen 2006 en 2018, maar geen enkel onderzoek wordt volledig openbaar gemaakt.
    Opmerkelijk is dat we de onderzoeken zelf niet te zien krijgen, enkel een korte samenvatting in de vorm van een factsheet. Van de onderzoeken van 2006 en 2010 is zelfs geen factsheet openbaar gemaakt. Hoe kunnen we dan de cijfers verifiëren, nagaan welke groepen zijn ondervraagd en beoordelen of ze representatief waren? Het HBSC-onderzoek van 2014 toont op een factsheet slechts één tabel; dat van 2018 twee tabellen met amper uitleg. De gegevens zijn dus zeer schaars!
    Volgens hetzelfde HBSC-onderzoek van 2014 waren meisjes tussen 2006 en 2014 gemiddeld 4 tot 6 % seksueel actiever dan jongens. Dit lijkt zeer ongeloofwaardig. We weten immers dat meisjes over het algemeen veel terughoudender zijn om aan seks te beginnen

    (Bron>>).

  • Opvallend is dat de organisaties waarmee de studie Jongeren en Gezondheid samen werkt o.a. zijn: de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO)en Sensoa. Deze organisaties staan vermeld op de pagina als samenwerkende partners (Bron>>). De neutraliteit van het onderzoek kan men dan ook in vraag stellen.

Bron Factsheet ‘Seksuele gezondheid en relaties’ 2021-2022

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) coördineert het internationale onderzoek om een duidelijk beel te verkrijgen van de gezondheid en het welzijn van jongeren in Europa. Meer informatie kan gevonden worden op de website http://www.who.int/en/

Health Behaviour in School-aged Children. 
Meer informatie omtrent de internationale studie Health Behaviour in School-Aged Children kan gevonden worden op de website http://www.hbsc.org/

Sensoa is het Vlaamse expertisecentrum voor seksuele gezondheid. Voor meer informatie ga naar http://www.sensoa.be

  • Is het niet opmerkelijk dat de WGO, die deze expliciete programma’s seksuele vorming zelf opstelt, dit onderzoek mag coördineren om een duidelijk beeld te krijgen van Europa? Men concludeert vervolgens dat deze trend – dat jongeren steeds later met seks beginnen – in heel Europa gelijklopend is. Te mooi om waar te zijn. Het lijkt eerder ‘wishful thinking’ die uitkomt in de onderzoeken.

  • De Morgen verwijst ook naar een onderzoek van de Nederlandse organisatie Rutgers: ‘Seks onder je 25e’. Dit onderzoek toont de evolutie in de seksuele gezondheid van Nederlandse jongeren van 13 tot 25 jaar. Ook daar is dezelfde trend merkbaar. Volgens dit onderzoek is de gemiddelde leeftijd waarop jongeren voor het eerst seks hebben, gestegen. In 1995 bedroeg die 16,7 jaar; in 2018 was dat 18,6 jaar. Arjet Borger weerlegt dit resultaat grondig in haar boek Seks voor iedereen (p. 55-63). Zij heeft verschillende rapporten geanalyseerd en toont aan dat de statistieken verkeerd worden geïnterpreteerd om te suggereren dat de relationele en seksuele opvoeding van jongeren succesvol is. (Bron>>).
    Een onderzoek van 1995 zou aangeven dat de gemiddelde leeftijd voor de eerste seks 15,1 jaar is. De 75 % die nog niet seksueel actief was, werd niet meegerekend in dit onderzoek, dus de leeftijd ligt veel hoger.
    In 2005 zou de leeftijd van de eerste keer seks 16 jaar zijn. Ook hier werd de 46 % die niet seksueel actief waren niet meegerekend. Er zijn nog meer variabelen waarmee in het onderzoek geen rekening werd gehouden. Er was een lage response rate en degenen met meer seksuele ervaringen en een vrijere seksuele moraal zijn eerder geneigd wel mee te doen aan onderzoek. Dus de gemiddelde leeftijd van 16 jaar is helemaal niet het gemiddelde maar ligt hoger.
    Volgens het meest recente onderzoek had in 2012 de helft van de jongeren met 17,1 jaar voor het eerst seks, in 2017 is dat 18,6 jaar(Boek: Seks voor iedereen van Arjet Borger, p 55).


Tot slot concludeert Kristien Michielsen, professor seksuologie (KU Leuven): ‘Dat jongeren later met seks beginnen, is niet noodzakelijk positief of negatief. Belangrijk is dat het prettig, gewenst en veilig was en dat ze zich goed voelen bij hun eigen keuze om al dan niet vroeg aan seks te beginnen.’ Hierbij vertolkt zij duidelijk de vrijzinnige visie van Sensoa. Wachten tot de jongeren een vaste partner hebben, komt niet op de eerste plaats. De ervaring moet positief zijn.

Kristien Michielsen is tegelijk voorzitter van de raad van bestuur van Sensoa en werkt sinds 2020 als internationaal consultant in Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Global Health (SRGG) en professor seksuologie aan de Universiteit Leuven. Hier blijkt dat zij verschillende petten draagt: die van de KU Leuven, van Sensoa en SRGG. Is zij niet de spreekbuis van deze internationale organisatie die zelf de krijtlijnen uittekent.


Mogen we concluderen dat we weinig overtuigd zijn dat jongeren steeds later aan seks beginnen? Dit om de volgende redenen:

  • de cijfers worden geselecteerd om hun axioma te bewijzen;
  • de volledige onderzoeken worden niet openbaar gemaakt;
  • de partners die meewerken aan het onderzoek zijn niet neutraal;
  • de gevolgen van losse seksuele relaties nemen toe, zoals een toename van soa’s, grensoverschrijdend gedrag en abortussen;
  • het beleidsplan van Sensoa vaart een andere koers, namelijk de seksuele rechten van jongeren beschermen en hen de mogelijkheid geven om reeds jong seksueel actief te worden.